Verwerkingsopdracht bij les Dit ben ik...

Maak een zelfportret met alles wat bij jou hoort.
Teken je hele portret zelf... óf... in silhouet:



ETHISCHE KWESTIES

Ethiek: Kiezen tussen twee waarden


Uit welke waarden moet je kiezen en welke kies je en waarom?


 

Casus 1: Helpen 


Situatie: Je wint de 6 miljoen in de postcodeloterij. Je moeder werkt in Zimbabwe als arts en ziet dagelijks mensen doodgaan aan ziektes die goed te behandelen zijn maar waar geen geld voor is. Met dit geld kan ze een ziekenhuis bouwen en medicijnen kopen. Moet je dit geld aan je moeder geven om daar de mensen in Zimbabwe mee te redden?


Casus 2: Liegen


Je hebt geleerd: je mag niet liegen. Je zit thuis. Plotseling klopt er een man aan de deur. Hij draagt een snor en een pet. Hij vraagt of hij zich even achter je bank mag verstoppen want er zit iemand achter hem aan. Je helpt hem: het mag. Dan klopt er nog een man aan de deur. Hij vraagt of je een man hebt gezien die een snor en een pet draagt. Wat doe je?



Casus 3: Redden


Stel je bent op een meer. Een heel groot meer. Op dat meer zie je twee vlotten drijven. De ene helemaal links van je en de andere helemaal rechts. Nu is het zo dat ze allebei aan het zinken zijn. Op het ene vlot ligt je eigen kind. Die kun je redden, als je nu gaat zwemmen. Op het andere vlot liggen drie kinderen, van je buurvrouw. Die zou je ook kunnen redden, maar dan kan je niet meer naar je eigen kind. Je moet kiezen. Allebei de vlotten ga je niet halen. Alle kinderen kunnen niet zwemmen. Er is geen telefoon en er is niemand anders in de buurt. Wie red je?

--Nu liggen er ineens 10 kinderen op dat andere vlot. Wie red je nu?

--En nu liggen er 100. Wie red je nu?


Casus 4:  Kopen

Je wilt een nieuwe broek kopen. Een leuke broek kost maar 30 euro, alleen je hebt net op het nieuws gezien dat het bedrijf, het merk van die broek, hun kleren laten maken door middel van kinderarbeid in China. Oftewel: kleine kinderen van ongeveer 7 jaar zijn hier onder benarde omstandigheden aan het zwoegen voor deze broeken. De andere broek die je leuk vindt is van een ander merk en die kost 100 euro.


Casus 5: Een wet maken

Roken is niet goed voor je gezondheid. Jij bent minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Je bedenkt je dat al die rokers een risico lopen op ziektes. Daarom doe je een voorstel in de Tweede Kamer waarin roken en dus pakjes sigaretten in Nederland verboden worden. Toch zal niet iedereen het met je eens zijn in de Kamer, want sommige mensen roken zelf ook... Wat doe je?


© www.wonderwhy.nl




VRAGEN VOOR FILOSOFISCHE INTERVIEWS


Zijn dromen bedrog?

Bestaat de ware liefde?

Is iemand die in engelen gelooft gek?

Zitten gevoelens in je hart?

Zijn zwart en wit kleuren?

Kun je de tijd stilzetten?

Zal er ooit vrede op aarde zijn?

Waarom mogen kinderen van elf nog geen autorijden?

Moeten gewelddadige games verboden worden?

Heeft een komkommer gevoel?

Zijn kinderen egoïstischer dan volwassenen?

Zou je voor altijd willen leven?

Is er leven na de dood?

Ben je een moordenaar als je een bloem plukt?

Wat is geluk?

Wat is de zin van het leven?

Moeten sigaretten verboden worden?

FILOSOFEREN OVER DE NATUUR

Is de natuur belangrijk?                

Persoon 1: Ja, omdat....
Persoon 2: Nee, omdat.....

 

Als je moest kiezen: wat is belangrijker, het plantenrijk of het dierenrijk?                                    

Persoon 1: Plantenrijk, omdat....
Persoon 2: Dierenrijk, omdat..... 

 

Een leeuw eet ongeveer 10 zebra’s (3000-4000 kilo vlees) per jaar.    

Persoon 1: Ik vind dat slecht, omdat.....
Persoon 2: Ik vind dat goed, omdat.....


Een komkommer heeft ook gevoel.

Persoon 1: Ja, want....
Persoon 2: Nee, want....

 

Wie een bosbrand heeft aangestoken, is eigenlijk een moordenaar van bomen.

Persoon 1: Ja, want....
Persoon 2: Nee, want....

 

 

Discutabele stellingen over democratie (bovenbouw)

Kijk eerst dit Schooltv-filmpje over stemmen.



1.     Geestelijk gehandicapten mogen niet stemmen.
 
2.     Kinderen mogen stemmen vanaf hun 12e jaar.


3.     Misdadigers die in de gevangenis zijn (geweest) mogen nooit meer stemmen.

 
4.     Wetenschappers hebben dubbel stemrecht; mensen die hun middelbare school niet hebben afgemaakt hebben maar een half stemrecht.

5.     Je mag pas stemmen als je de verkiezingstest hebt gedaan (dat je alle partijen kent en hun programma’s)
 

6.      Dieren moeten vertegenwoordigd worden in de verkiezingen.

 

Drie Ethiek Casussen



Casus 1: Helpen


Situatie: Je wint de 6 miljoen in de postcodeloterij. Je moeder werkt in Zimbabwe als arts en ziet dagelijks mensen doodgaan aan ziektes die goed te behandelen zijn maar waar geen geld voor is. Met dit geld kan ze een ziekenhuis bouwen en medicijnen kopen.
Vraag: Moet je dit geld aan je moeder geven om daar de mensen in Zimbabwe mee te redden?
Persoon 1: Ja, want...
Persoon 2: Nee, want …






Casus 2: Ouders


Situatie: Je bent verliefd op een jongen / meisje. Smoorverliefd. Tot over je oren. En je bent al 16. Toch vinden je ouders het geen goed idee dat je met die jongen/dat meisje omgaat, want zij hebben diegene wel eens gezien tijdens een evenement van de middelbare school en ze weten dat hij/zij niet hetzelfde geloof heeft als jij en je ouders.

Vraag: Wat doe je?  
Persoon 1: Ik luister naar mijn ouders, want...
Persoon 2: Ik luister niet naar mijn ouders, want…


Casus 2b: 

Nu is het andersom: je bent helemaal niet smoorverliefd. Sterker nog: je hebt een beetje een hekel aan een bepaald meisje/bepaalde jongen. Maar je ouders willen heel graag dat je vrienden wordt met dat meisje/die jongen! Zij/hij heeft ook jouw geloof en zij willen eigenlijk dat je over een paar jaar met diegene gaat trouwen. 
Vraag: Wat doe je?
Persoon 1: Ik luister naar mijn ouders, want...
Persoon 2: Ik luister niet naar mijn ouders, want…







Casus 3: Een trein ongeluk


Situatie: Je bent een treinbestuurder. In de trein die je bestuurt zitten 25 mensen. Plotseling merk je dat de trein op hol is geslagen! Je kunt niet meer remmen. In de verte zie je vijf mensen werken op het spoor!
Wel kun je misschien nog afbuigen naar een nabij gelegen spoor aan de rechter kant; daar zie je één man werken. Elk persoon met wie de trein in contact komt, is onherroepelijk dood.

Vraag: wat is het goede om te doen?
Persoon 1: Ik doe niks en rijd door, want….
Persoon 2: Ik stuur naar rechts, want….

Casus 3b:

Zoals eerder, stormt er een treinwagon richting vijf mensen. Nu sta jijzelf op een brug waaronder de de wagon zal passeren en jij kan hem stoppen door iets zwaars op het spoor te laten vallen. Toevalligerwijze staat er een heel dikke man naast je – de enige manier om de wagon te stoppen is dan ook om deze man van de brug te duwen op het spoor waardoor hij sterft, maar er vijf levens gered zijn.

Vraag: Moet je dit doen?
Persoon 1: Ik duw de man, want …
Persoon 2: Ik doe niks, want ….


www.wonderwhy.nl

Les over de technologie van nu en de toekomst


       Is genetisch gemanipuleerd voedsel goed?
       Mogen dierproeven voor make-up-tests?
       Mogen dierproeven voor wetenschappelijke experimenten?
       Is economie belangrijker dan natuur/milieu?
       Is het erg als mensen de klimaatverandering hebben veroorzaakt door de CO2-uitstoot?
       Zijn chemische wapens toegestaan?
       Mag Google alles van ons weten?
       Moeten we onze privacy opofferen voor veiligheid?
       Is er een risico dat robots de wereld gaan besturen in de toekomst?
       Zou het erg zijn als mensen gekloond werden?
       Wat vind je van het genetisch manipuleren van mensen?

Werk in groepjes van 2-3. Eén persoon is de interviewer, die de vragen stelt. Bij ieder antwoord gaat de interviewer dóórvragen, hij/zij maakt het de andere zo moeilijk mogelijk en zorgt dat de ander diep moet nadenken. Ga zo lang mogelijk door, daarna ga je door met een volgende vraag.

Filosofie en voorspellen

Soms is er een juf ziek en moeten leerlingen worden verspreid over andere klassen. Zo ook vandaag. In groep 8 zit een kind uit groep 3. Tijdens een individuele schrijfopdracht komt een groep 3-er naar me toe en vraagt:
'Wat is eigenlijk filosofie?'
Ik antwoord: 'Dat is nadenken over vragen waar eigenlijk geen antwoord op is.'
De jongen zijn ogen vliegen over het bord en daar komt hij een paar plaatjes tegen met moeilijke woorden. 'Voorspellen' is er één van.
'Oh is het dan hetzelfde als voorspellen?' vraagt hij.
'Nou, soms, als het over de toekomst gaat, dan lijkt het er wel een beetje op, want over de toekomst is vaak ook nog geen antwoord. Toch?' zeg ik.
Snel reageert hij: 'Nee, de toekomst kun je niet voorspellen, maar het verleden wel.'
Ik knik.
'Maar eigenlijk kun je de toekomst wel voorspellen, want bijvoorbeeld net zag ik een vlieg vliegen en nu weet ik dat ik hem dood ga slaan.'


Filosofische Interviews op een school in Amsterdam

Thema's die in de grote mensen wereld spelen, spelen ook al in de hoofden van de kinderen op de basisschool. Iedereen heeft recht op zijn eigen mening. Vinden dat Hebdo de moord over zichzelf afgeroepen heeft, maakt iemand nog geen toekomstige terrorist. Lees deze tekst daarom ook alsjeblieft niet zo!

De interviews in deze les gaan over van alles en nog wat. Bijvoorbeeld voetbal, respect, vrede, boeken en gelijkheid. Hier een selectie om een inkijkje te krijgen in de prangende politieke thema's. Hoe verwerken kinderen in groep 8 zoal de onrustige situatie in de wereld: het Marokkaan zijn in Nederland, IS, Hebdo, Wilders en discriminatie?

Badr, Hassan en Ibrahim houden hun interview over voetbal. Het is niet een bijster filosofisch interview, maar ik wil ze deze laatste les niet de pret ontnemen van alle aandacht krijgen op het podium. Op de vraag 'Voor wie ben je, als Nederland tegen Marokko speelt? ontstaat wel een interessant moment.
-Voor Marokko.
-Waarom?
-Want ik ben Marokkaan.
-Maar je bent toch ook Nederlander?
-Maar ik ben voor Marokko.
-Maar ben je Nederlander?
-Nee, ik ben Marokkaan.
Vaste juf, die Islamitisch is, een hoofddoek draagt en ogenschijnlijk roots in Marokko heeft:
-Dat is grappig, want ik ben wel Nederlander. Wanneer bén je dan eigenlijk Nederlander?
-Waar je hart naar uitgaat. Ik hou niet van Nederland.
-Waarom niet?
-(mompelend) Ik haat Nederlanders.
-Haat je alle Nederlanders? Want de juf (hij wijst naar mij) is ook Nederlander.
-Nou alleen als ze normaal doen.

Ibrahim haat mij totaal niet. Haten is een groot woord dat vooral in de mond werd genomen om stoer te doen. Toch drong de interventie van zelfs de vaste juf niet geheel door. Natuurlijk beogen we met de lessen een liefdevolle houden, maar deze kun je niet opdringen. Een zaadje is geplant. Het is work in progress.

Jalals partner haakte op het laatste moment af en daarom voert hij een solo-act op. Jalal stelt zelf de vragen, draait zich om en gaat op de andere stoel zitten, en geeft zelf ook het antwoord.
-Wat vind je van de aanslag in Parijs?
-Goed, want Charlie Hebdo was een racist en hij beledigde onze profeet.
-Maar zou Allah hem niet gewoon moeten straffen?
-Ja, maar hij ging echt te ver.
-Wat vind je ervan dat de IS een Islamitische politie-agent heeft doodgeschoten in Parijs?
-Dat kan echt niet. Je maakt je broeders niet dood.
-Maar Christenen zijn ook broeders met Charlie Hebdo.
-Ja.
-Gaat Geert Wilders ook te ver?
-Ja. We moeten zorgen dat hij te weinig stemmen krijgt. Misschien zegt hij vandaag 'Moslims zijn leuk' en dan weer 'Ze zijn slecht'.
------
-Wat vind je ervan dat Joden in Palestina Moslims vermoorden?
-Niet leuk, want stel je voor dat ze dat bij jou zouden doen!
-Wat gaan we eraan doen?
-We moeten een verzameling houden.
(Hij bedoelt: 'geld-inzameling')
-Maar misschien is het niet te stoppen en maken ze altijd ruzie en begint zo de Derde Wereldoorlog?
-Nee we moeten geld inzamelen zodat het een vreedzaam land wordt, net als Nederland. Ze moeten school, eten en alles hebben. Wat als we er nou voor zorgen dat Israel net zo wordt als Nederland?
En nu moet ik boodschappen doen. Bedankt.

Het publiek, de klas, reageert vooral op de vorm. Ze vinden zijn solo-performance knap gedaan. De enige tip is dat hij duidelijker mag spreken. De inhoud zijn ze niet kritisch over. Ik vind het knap hoe Jalal haarfijn aanvoelt dat het ene thema met het andere te maken heeft en ze moeiteloos doorfietst met zijn redeneringen.

Later spelen Mustafah en Rafiq een toneelstuk. Ze spelen na hoe een president beweert dat Moslims niet meer in de tram mogen. De ander gaat ertegenin als burger en vraagt waarom en zegt 'dat is oneerlijk'. De president houdt voet bij stuk. Het zal de klas misschien ontgaan hoezeer dit lijkt op de situatie in WO II, toen de Joden overal toegang toe geweigerd werden. Gelukkig was er bij deze twee een happy end. De president veranderde van gedachten.
Ze vervolgen met een interview:
-Wat vind je ervan dat als één Moslim iets slechts doet, iemand zegt dat álle Moslims slecht zijn?
-Niet goed. Dat is discriminatie. Ik vind dat iedereen als gelijk moet worden gezien. Als een Christen iets slechts doet, dan zegt ook niemand dat alle Christenen slecht zijn.
-Ja, en wat vind je er dan van als je vriend iets slechts doet?
-Als mijn vriend iets slechts doet, dan is hij gek geworden en daar zijn dan redenen voor dat hij dat doet.

Door te filosoferen met kinderen in West zie ik steeds meer hoe ingewikkeld de grote thema's in de (wereld)politiek zijn. Juist de onbevangen, eerlijke en ongepolijste standpunten van kinderen laten zien hoe de emoties liggen. En ze zijn allemaal begrijpelijk. Soms laten ze zien dat het zo moeilijk is om met discriminatie en beeldvorming door de media om te gaan. Dit laatste interview was hier een pijnlijk voorbeeld van.
Mijn hart gaat uit naar deze leerlingen, ook al zijn niet alle meningen politiek correct. Alleen door ze te horen en de ruimte te geven, kunnen genuanceerde standpunten ontstaan. Dat proberen we o.a. door te filosoferen te doen.


Wat is leven?


Youssef heeft opgeschreven: wat is leven? Ik vraag: 'en wat heeft dat met werk te maken?', want de opdracht was een filosofische vraag over werk te verzinnen.
'Nou niks, maar soms dan kijk ik naar mezelf en dan zit ik zo, en kijk ik naar mezelf, niet in de spiegel ofzo maar gewoon, en dan denk ik bij mezelf van ja, wat is mijn leven?' Ik vraag me even af of hij me zit te dissen want dit klinkt te mooi om waar te zijn. 'Dat is wel een beetje eng juf.'
Ik zeg: 'Ik ken dat gevoel heel goed. Dat kan inderdaad een beetje eng zijn. Ik heb er zelf een boek over geschreven.'
Verbaasd kijkt Safae me aan: 'Bent u schrijver, juf?'
'Ja,' zeg ik, 'maar ik weet dus dat het wel een beetje eng kan zijn om zo diep te voelen dat je leeft, dat je bestaat. Dan ben je even heel bewust van jezelf. Ik geloof wel dat als je dat soms hebt dat je dan wijzer wordt.' (Ja dat geloof ik)
'Ja, juf maar als ik dan weer ga voetballen is het weer weg.'
Safae: 'Ik heb soms dat ik dan uit mijn ogen kijk, zo, en dan vraag ik me af of andere mensen ook zo het zien?' Nog zo'n existentialistje! Of bedoelt ze het kentheoretisch?
Ayoub zegt: 'Mijn vraag is, waarom zijn moeders eigenlijk belangrijk?' Ik peins even. Bedoelt hij dit net zo diep als zijn groepsgenootjes?
En dan Ilias: 'En juf, soms vraag ik me af als ik mijn arm zo beweeg, hoe kan dat eigenlijk?'
Ik ben flabbergasted. Zouden ze elkaar hebben aangestoken, zouden hun vragen bij elkaar weer hetzelfde soort verwondering hebben geprikkeld? Ik geef ze een grote dosis bewondering, herhaal hun vragen, zeg dat ik ze ook superboeiend vind, geef geruststelling aan Youssef, en complimenten. Bij verwondering begint de filosofie, zei Plato. Ik hou van deze kinderen.

Groep 7, Amsterdam.
Sabine Wassenberg van WonderWhy

Filo & Sofie - Stunten

Dit verhaaltje komt uit de bundel Filo & Sofie. Een eigentijdse Jip & Janneke gesitueerd in multicultureel Amsterdam. Ieder verhaal is geschikt voor groep 1 t/m 4 om voor te lezen en achteraf over te filosoferen. Na het verhaal staan vragen die dit gesprek kunnen aanwakkeren.

Iedereen mag dit verhaal gebruiken in de klas. Laat ons vooral weten hoe het is gegaan! Heb je meer begeleiding nodig bij het filosoferen met kinderen, kijk eens naar onze trainingen.
Mocht je geïnteresseerd zijn in een samenwerking door illustraties bij dit verhaal te leveren, neem contact op.

Auteurs:  Nisrine Mbarki en Sabine Wassenberg, van WonderWhy


Stunten


Op een zonnige zaterdag zijn Filo en Sofie buiten aan het fietsen. Teckel zit in het mandje voorop de de fiets van Sofie. Filo heeft zijn BMX meegenomen en is aan het stunten. Hij kan al op zijn achterwiel fietsen met het voorwiel een stukje omhoog. Sofie telt hoe lang het lukt. '1...2...3...4...5...6.... Wow!' roept Sofie. Ze lachen allebei heel hard omdat het zo spannend is en omdat het zo goed lukt.
‘Is het niet gevaarlijk?’ vraagt Sofie als Filo even stopt om te rusten.
‘Nee joh,’ zegt Filo. Er komen allemaal duiven om hen heen zitten. ‘Kijk maar naar die duiven. Die vliegen toch ook hoog in de lucht, dan ga je toch ook niet vragen of het gevaarlijk is?’
Sofie glimlacht. Zo had ze er nog niet over nagedacht. ‘Maar die duiven horen te vliegen,’ zegt ze. ‘Voor hen is dat heel makkelijk.’
‘Ik hoor ook te stunten op mijn BMX,’ zegt Filo, ‘en voor mij is het ook makkelijk.’ Hij trekt een stoer gezicht.
De duiven koeren, roekoe roekoe. Ze lopen rond om hen heen. Filo en Sofie bekijken ze goed. Hun kopjes gaan steeds een beetje naar voren en weer terug als ze lopen, alsof ze willen knikken.
Filo staat weer op en pakt zijn fiets van de grond en fiets naar de crossbaan. Hij fiets een heuvel op…. en springt dan met fiets en al in de lucht! En dan glijdt zijn voorwiel uit! Ai, hij valt op de grond en de fiets glijdt nog verder de heuvel af. Alle duiven stuiven tegelijk de lucht in.
‘Au!’ Zegt Sofie, alsof ze zelf de pijn voelt.
Filo zegt niet eens au. Hij is helemaal stil.
‘Heb je bloed?’ Vraagt Sofie terwijl ze naar hem toe rent.
‘Eh...’ Filo en Sofie kijken naar het gat in zijn broek. Ze zien door het gat in zijn broek een schaafwond op zijn knie, er verschijnen rode druppels bloed op.
‘Heb je pijn?’ vraag Sofie.
‘Mijn lichaam heeft pijn. Ik niet,’ zegt Filo.
Sofie kijkt hem aan. 'Huh?'
‘Mijn knie doet pijn, ik heb geen pijn.’
‘Jij bent toch je lichaam, je knie,’ zegt Sofie
‘Nee, ik ben niet mijn lichaam, ik zit in mijn lichaam, dat is anders.’
Sofie kijkt hem aan: ‘kom we gaan naar huis.’
Ze fietsen snel naar huis. Daar haalt de moeder van Sofie de EHBO-doos tevoorschijn. Daarin zit een flesje jodium, watjes en rolletjes verband in en papieren pakjes met pleisters. ‘Je moet wel heel veel wonden hebben om al die pleisters op te maken,’ zegt Sofie.
‘Ja,’ zegt de moeder van Sofie. ‘Gelukkig is de schade beperkt. We hebben maar één pleister nodig, heb je veel pijn?’
Sofie zegt: ‘Hij heeft geen pijn hoor. Je moet aan zijn knie vragen of die pijn heeft.’
Twee duiven komen aanvliegen en landen op het raamkozijn. Ze knikken en roepen roekoe roekoe. Filo en Sofie giechelen, mama plakt netjes twee pleisters op de knie van Filo.

Vragen:
Kan je lichaam pijn hebben en jij niet?
Ben je je lichaam?
Wat is het verschil tussen jou en je lichaam?
Wat is pijn?
Is pijn erg?

CRKBO registratie WonderWhy



WonderWhy mag zichzelf vanaf heden een CRKBO (centraal register kort beroeps onderwijs) geregistreerde instelling noemen! Hoi!!! Dat betekent dat de kwaliteit van onze trainingen erkend is door het register en dat we geen btw meer hoeven rekenen hiervoor. Hoera!

Reden temeer om een van onze trainingen te volgen.

BOEK: Filosoferen met kinderen over Wetenschap



Filosoferen met Kinderen over Wetenschap


In het onderwijs vertellen we leerlingen wat de volgens de wetenschap de waarheid is. Toch zijn die waarheden niet altijd helemaal zeker. Niet al te lang geleden geloofden ook wetenschappers nog dat de aarde plat was. En hedendaagse fysici begrijpen niet hoe het precies zit met de kleinste materiedeeltjes of wat er aan het einde van het universum is. 
Terwijl wetenschappers proberen steeds meer werkelijkheid te ontrafelen, is het zeer zinvol als kinderen en jongeren leren reflecteren op het fenomeen wetenschap.
Zo kun je je afvragen: wanneer is een theorie precies waar? Of: zullen we ooit álles weten? Maar ook: moeten er grenzen gesteld worden aan de wetenschap, om niet álles te onderzoeken en uit te vinden (zoals genetische manipulatie of atoombommen)?

Door met jongeren te filosoferen kun je hun aangeboren verwondering prikkelen en hun denken over de wereld om hen heen verdiepen. Je voedt hun zelfdenkend vermogen en leert hen kritisch te argumenteren en te luisteren naar andermans mening. Door te filosoferen houden ze, voordat kennis alle plaats inneemt, ruimte in hun hoofd voor vragen. Zo kunnen ze inzien dat de wereld niet zwart-wit is maar oneindig kleurrijk.
In dit boek vind je een uitgebreide handleiding om te filosoferen met kinderen en jongeren. Tevens vind je er 25 voorbeelden van lessen die een filosofisch gesprek accommoderen over een thema rondom wetenschap of die aansluiten bij bepaalde vakken op school.

Auteurs: Sabine Wassenberg en Maaike Merckens Bekkers
Uitgeverij: Levendig
Het boek is voor 19,95 euro te bestellen bij Uitgeverij Levendig

Het is aan te raden, zoals meer scholen doen, voor middelbare scholen, om dit boek te gebruiken met het hele docententeam en gezamenlijk een training te volgen bij ons, aansluitend op het boek.
Meer info? Neem contact op.

'Juf, heeft u wel eens een orgasme?'


Filosoferen over seksualiteit, oftewel: in hoeverre is seks(ualiteit) bespreekbaar in het onderwijs?

Het is verplicht om aan het thema homoseksualiteit aandacht te besteden in primair onderwijs. Ook is seksuele voorlichting verplicht. Beide zaken worden door de onderwijsinspectie meegenomen in hun alom gevreesde keuringsrondje.

Toch is dan de vraag: vanaf hoe oud? In welke mate? Hoe gedetailleerd dien je de kinderen te vertellen over bloemetjes en bijtjes, maar in feite: over piemels en vagina's?
Niet alleen bij gelovigen, ouders of scholen, zit hier gevoelsmatig nog een behoorlijk taboe op. Logisch ook, want je wilt niet dat kinderen door imitatiegedrag of grenzeloosheid gênante scenes gaan trappen midden in de supermarkt.
Dat is terecht.
Er is een grote initimiteitsfactor die ons verbiedt aan de kassajuffrouw te informeren hoe haar seksleven ervoor staat. En daarbij is het zo dat bijvoorbeeld masturberen in het openbaar niet mag. (Waarom eigenlijk niet?) Dit maakt dat we vrezen dat kinderen door te horen over seks eerder geneigd te zijn om deze maatschappelijke grenzen te overtreden. Maar de vraag is of praten over seks wel aanzet om deze grenzen over te gaan of hen hier juist voor behoedt.
Ook is een risico dat de kinderen elkaar trauma's zouden bezorgen door seksuele spelletjes. Op de onbespiede momenten achter het fietsenhok of op zolder. Wie kent het niet? Maar is dit gedrag bij ons vroeger bevorderd doordat er een taboe op lag, of heeft het taboe ons eigen wangedrag juist nog enigszins in toom gehouden?
Inderdaad moeten we kinderen leren niet te treiteren, pesten en machtsspelletjes te spelen. Maar betekent dat dat je kinderen van 10 jaar er juist nog lang niet over mag vertellen, zodat ze geen „vieze" spelletjes gaan spelen, of zou je juist ook de jongere kinderen éérder moeten vertellen wat er aan de hand is en ze zo mondiger en bewuster maken van hun eigen grenzen hierin?

Wij opteren eerder voor het laatste. Juist omdat seksualiteit al een rol speelt bij de allerjongsten, ook al noemen we het dan nog niet zo, krijg je het toch nooit voor elkaar het thema dood te zwijgen en daarmee al het ongemak te voorkomen.
Juist het tegenovergestelde lijkt waar: door er niet over te praten geef je de impliciete boodschap mee, dat seks niet mag, zondig, schaamtevol is, met alle nodige beperking van gezonde seksuele ontwikkeling van dien.
Erover praten dus!
Maar... hoever moet je gaan?
Meegaan op het gemiddelde of op hoogste niveau van de klas, zoals bij meerdere vakken gebeurt. In deze is het schipperen. Kinderen hebben recht op de waarheid, maar zijn nog niet klaar om de details die voor veel volwassenen ook moeilijk te verwerken zijn, aan te horen. Maar kies je ervoor ‚het bespreekbaar te maken' door neutrale filosofische gesprekken te begeleiden, dan kun je ook biologische vragen verwachten. Hoe kun je filosoferen over liefde, de puberteit, grenzen e.d. als ze niet weten wat ongesteld, seks en hormonen zijn.
Mogelijkerwijs onderscheidt je de feitenvragen van de filosofische vragen. 'Hoe werkt ongesteld zijn?' en 'Kun je met jezelf seks hebben?' zijn bijvoorbeeld feitenvragen. Maar: 'Vanaf welke leeftijd mag je seks hebben?' of 'Horen liefde en seks bij elkaar?' zijn filosofische vragen. Als de informatie die je geeft in de lessen laat volgen op vragen die zij zelf (anoniem via briefjes in een bus) stellen, sluit deze helemaal aan op de nieuwsgierigheid en het niveau in de seksuele ontwikkeling van de klas. Je dringt ze geen info op waar ze nog niet klaar voor zijn en tegelijkertijd schep je ook geen overbodige taboes door vragen niet te behandelen.

Kinderen zelf weten niet waar de grens ligt. Als de vraag over ongesteld of masturbatie mag, hoe moeten zij de dan weten dat een vraag over anale seks of dildo's niet mag? Een ongemakkelijke vraag van de bijdehandste van de klas, geprikkeld door media, oudere broers of zussen, gemotiveerd door de kans om de show te stelen, kun je dus wel verwachten.
Hier is het beter als de docent de vragen niet bestraft of te negeert (want zo creëer je meer spanning op het onderwerp). Probeer het niet persoonlijk op te vatten en zo mogelijk wetenschappelijk en netjes, te beantwoorden. Woorden zoals 'neuken' worden vervangen voor neutralere termen zoals 'seks of vrijen' en zo weinig mogelijk normativiteit of
gêne toe te voegen aan de feitelijke informatie. We gaan er ook van uit dat een kind dat er niet klaar voor is, informatie niet zal absorberen. Leg er daarom ook niet zo'n grote nadruk op.
De nadruk ligt namelijk vervolgens op het leren nadenken over de filosofische vragen. De details verliezen hiermee hun aantrekkingskracht.
Persoonlijke vragen kunnen makkelijk ontdoken worden: 'Juf, heeft u wel eens een orgasme?' kan worden beantwoord met: 'Mijn persoonlijke leven doet er niet toe, maar bijna iedere volwassene heeft wel eens seks en orgasmes horen bij een gezond seksleven.'

Kinderen vinden het te gek om seksualiteit te bespreken. Ook al roepen ze om het hardst 'iieeeuww' en 'gatverdamme', bij deze lessen vragen ze nog het meest wanneer we weer les hebben en waar het dan over zal gaan. En geef die leergierige kinderen eens ongelijk.



Zomerschool 2015 Amsterdam West

Voor alle toekomstige ex-groep-8-ers in Amsterdam West:

Ga jij in augustus naar de middelbare school? Wil je van tevoren mede brugklassers ontmoeten? Vind je het leuk om je hersenen alvast te activeren, zodat je een lekkere start maakt na de zomer? En heb je zin om leuke activiteiten te ondernemen tijdens de zomervakantie? 
Geef je dan op voor Zomer in West! 
Zomer in West is een programma van de Weekend Academie en Stadsdeel West, dat bestaat uit: Be Active, Train Your Brains en Express Yourself. Voorop staat dat alles wat we doen leuk en leerzaam is. Je leert nieuwe kinderen kennen en we zorgen dat je met een goede dosis zelfvertrouwen aan de brugklas kan beginnen.
WonderWhy verzorgt een deel van het programma: filosoferen!

Datum: 3 tot en met 14 augustus
Tijden: elke dag van 12 tot 16.30
Plaats: op 3 locaties in Amsterdam West
Kosten: 10 euro voor 2 weken

Kinderen kunnen zich inschrijven via zomerinwest@weekendacademie.nl of door te bellen naar Sabrina 0648630114.