Alle voordelen van FMK op een rij

Het blijft moeilijk om mensen te overtuigen dat FMK of filosofie zelf, als werkvorm, absolute en intrinsieke waarde heeft. Zoals gym en kunstonderwijs en rekenen dat hebben. Toch zijn wij hiervan overtuigd, in de nasleep van millennia-oude culturen waarin filosofie een prominente plaats had ten opzien van Wetenschappelijk onderzoek en onderwijs.

FMK heeft positieve resultaten te over. Zelfs wetenschappelijk onderzocht! Mocht je echt secundaire argumenten nodig hebben om overtuigd te zijn van het nut van filosofie, dan staan ze hier op een rij. Van A tot Z.


  • Anti-radicalisering. Wie trots is op zijn eigen identiteit, wie erkend wordt, hoeft zich niet af te zetten tegen een ander. Wie nadenkt en zélf, autonoom, leert te kiezen voor wat hij/zij wil geloven, zal niet als een mak schaapje ten prooi vallen aan radicalisme/extremisme. Wie filosofeert komt uit bij positieve geweldloze waarden, die in welk geloof dan ook te vinden zijn. (Uiteraard bieden we geen 100% garantie i.v.m. complexiteit problematiek.)
  • Burgerschap in actie.
  • Cognitieve vaardigheden, die zich meetbaar extrapoleren in andere vakken, zoals taal en rekenen.
  • Democratie in actie.
  • Emotionele controle. Want er wordt eerder gesproken over emoties dan dat ze tot geweld leiden.
  • Filosofie als cultureel erfgoed an sich.
  • Gedrag verbeteren. Nadenken over gedrag heeft invloed op gedrag.
  • Homoseksualiteit bespreekbaar maken (verplicht onderwerp in het onderwijs)
  • Intelligentie. Meetbaar als IQ. Soms wel 7 punten! 
  • Kritisch denken. De lesvorm die zich richt op het versterken van argumenteren en logisch redeneren.
  • Luistervaardigheid. Want zonder te luisteren kun je niet reageren op de ander.
  • Moreel onderwijs. (Moral education). Ethiek. Wanneer ben je een goed mens?
  • Natuur: bottom-up, onopgelegd milieu-bewustzijn.
  • Onderzoekend leren. Zélf ontdekken wat je vindt, wat je nog moet weten om tot een beslissing te komen.
  • Pesten: thema.
  • Queeste naar waarheid
  • Respect voor elkaars andere mening.
  • Spreekvaardigheid. Kom maar eens echt uit je woorden door precies te zeggen wat je bedoelt!
  • Tolerantie naar onderlinge verschillen. Want iedereen mág een andere mening hebben en niemand heeft de waarheid in pacht.
  • Uitdaging voor verveelde hoogbegaafden.
  • Verwondering. Kinderen stellen nog vragen, zijn nog open, nieuwsgierig en ze kunnen zich nog verwonderen. Dit houd je levendig door filosofie bestaansrecht te geven als vak/denkvorm.
  • Wijsheid. Diepgang, tegen de kortzichtigheid. We leren dóór te vragen. De wereld is niet zwart-wit, maar oneindig kleurrijk.
  • Youtube, wetenschap of ouders. Wat is de waarheid? Kritisch bronnenonderzoek is onmisbaar in deze tijd.
  • Zelfvertrouwen. Want iedereen mag vinden wat hij vindt en niemand heeft gelijk.


Sabine Wassenberg
www.wonderwhy.nl

Reflecties bij les over ethiek


Deze vijf ethische casussen gebruik ik in een les over ethiek. Allereerst leg ik uit dat ethiek een deel van de filosofie is en gaat over vragen over goed en kwaad. Wanneer ben je een goed mens? Wanneer doe je het goede? Wat mag wel en wat moet zelfs, niet volgens de wet maar volgens jou?

Ik laat de kinderen zelf voorbeelden geven. Ze komen bijvoorbeeld  met kinderarbeid of iets concreets uit de klas: hoe moet je omgaan met ruzie? Mag je klikken bij de juf of niet?
Sommige klassen blijken vooral veel voor punten te doen. Hier is een Turks en ook een Arabisch woord voor, de morele punten die je scoort gedurende je leven door je gedrag. Een engeltje op de ene schouder noteert je positieve gedrag en een duiveltje op de andere schouder je slechte gedrag. Natuurlijk zijn ook zij het die je het goede dan wel het slechte pad proberen op te duwen. Kinderen nemen deze twee figuren vaak heel letterlijk. Maar ze doen het niet alleen voor de punten. Ook gaat het ze wel om de mensen zelf.
In groep 8 geven kinderen zich helemaal over aan deze totaal gestileerde en absolute gedachte-experimenten. Het gaat erom dat ze nadenken over de waarden die erachter verscholen liggen. Ik teken een weegschaal op het bord en noteer de overwegingen die meespelen aan beide kanten. Dan is het aan hen om af te wegen wat het 'zwaarst' is.
Ethiek lijkt ver weg. Dit komt nooit voor hoor, zeg ik er geruststellend bij. Vooral in het geval van het vlot (casus 3). Maar ik realiseer me dat het niet zo is. Elke dag hebben we eigenlijk de vlot-situatie. Elke dag! We kiezen alleen steevast voor ons eigen lot, onze eigen kinderen, ons bloed, onze familie, en laten hiervoor vreemden, in grote getale, in de steek. Zij mogen sterven, zinken, van armoede en honger, omdat wij liever ons geld besteden aan onze eigen familie.
Ook de casus over liegen (casus 2) is ingewikkelder en actueler dan je in eerste instantie zou denken. Kinderen zijn vaak goed ingepeperd met het idee dat ze niet mogen liegen. Maar wat als de andere waarde op de weegschaal 'helpen' of zelfs 'redden' is. De vraag is natuurlijk altijd wat het verhaal hierachter precies inhoudt. Wie is diegene aan de deur? Waarom wordt hij gezocht door die tweede man? Wie van hen twee is the good guy?
Kunnen we degene aan de deur vertrouwen en binnenlaten om te helpen, is de vraag. Dit doet me pijnlijk denken aan de situatie met vluchtelingen aan de landsgrenzen, of de denkbeeldige grenzen in asielzoekerscentra. Laten we ze binnen? Gaan we ze helpen? Kunnen we ze vertrouwen? Laten we ze schuilen achter onze bank?
Ethiek gebeurt elke dag, elke minuut, elke seconde. Continu maken we keuzes, bewust of onbewust. Door te handelen of juist door niets te doen. We kiezen tussen twee kwaden. Soms minimale dilemma's, soms onmogelijke. Tussen ons eigen belang en dat van een vaak onzichtbare ander.

Sabine Wassenberg
www.wonderwhy.nl 

Kritisch denken


BEWIJZEN 

Wanneer is iets nou eigenlijk 'waar' te noemen? Als iemand bijvoorbeeld zegt dat er rode kikkers bestaan, wanneer heeft hij dat dan 100 % bewezen?

Hoe bewijs je dat dit wel waar is?

1. Er bestaan rode kikkers.

2. a. Kaboutertjes bestaan.
    b. Kaboutertjes bestaan niet.

3. Alle mensen hebben een neus.

4. Alle mensen hebben een hart.

5. In de aarde zit magma.


Hoe bewijs je dat dit niet waar is?

1.     Alle paarden hebben vier benen.

2.   Big Foot bestaat niet.

3.     Er bestaan rode kikkers.

4.  Er zijn mensen slimmer dan Einstein.



Logica gebruik je om logisch te redeneren. Het gaat erom of je argumenten kloppen en of de zinnen die elkaar opvolgen op een goede manier op elkaar aansluiten.
Je moet op een zinnige manier op elkaar ingaan.  
Wat vind je bijvoorbeeld van deze zin: Apen zijn lieve dieren, want ik ga morgen om 10:00 uur op vakantie en mijn moeder houdt van patat.


LOGICA

De zinnen volgen elkaar snel op in een gesprek. Vaak gekoppeld door een woord zoals 'want' of 'omdat', maar soms laten ze dit weg. De vraag is: slaat het ergens op? Is het wel een goed argument? 
Waar we nu op ingaan is niet of iets WAAR is, maar of iets LOGISCH KLOPT of niet.

 Alle mensen op de wereld zijn slecht, want in de krant staat dat er een vechtpartij was in Italië.

Ik heb nog tien minuten nodig om naar school te lopen. Als ik nu niet wegga, dan kom ik straks te laat, want het is al 8.20 uur.

Jij bent ook altijd zo sloom, want je zegt nooit iets.

Op aarde bestaat zwaartekracht. Want nooit is het voorgekomen dat als je een bal in de lucht gooit, hij niet meer omlaag valt. 

"Er zijn maar weinig kinderen die tekenen een leuk vak vinden."
 "Nee, hoor, want Marie en Achmed vinden het heel leuk."

Apen houden van bananen, want ik zag een aap een banaan eten.

"Sommige honden zijn lief."
"Nee hoor, want ik heb een hond gezien op tv die een kind beet." 

Apen zijn lieve dieren, want ik ga morgen om 10:00 uur op vakantie en mijn moeder houdt van patat.




Opdracht: schrijf iets op wat helemaal niet logisch is. 




Voor meer lessen ter bevordering van het kritisch denken, vooral gericht op plusklassen en op voortgezet onderwijs, lees: Ik zag twee apen wetenschapen



Wat is er 'mis' met academische filosofie?

Natuurlijk is het niet echt heel erg 'mis'. Ik heb met veel plezier filosofie gestudeerd aan de UvA, een prachtige studie, leuke docenten en een te gekke ervaring. In die periode leerde ik ook filosoferen. Dat wil zeggen: zelf nadenken over filosofische vragen. Maar dit gebeurde vooral met mijn vrienden tijdens het avondeten en de uurtjes daarna met een glaasje wijn, niet zozeer in de colleges die we kregen. Deze waren gericht op het begrijpen van de werken van vooraanstaande filosofen. Dit gaf een kader, een voorbeeld, de schouders waarop we ooit konden gaan klimmen. Dit gaf begrip van de geschiedenis der denkers, het ontstaan en de ontwikkeling van tijdsgeesten tot en met de huidige.

Maar bij het doceren van filosofie als zodanig, de canon der filosofische literatuur, ben je in feite bezig met de overdracht van literatuurgeschiedenis. Hiermee leid je iemand op tot een literatuurkenner, niet tot filosoof. Je bent namelijk niet bezig met het aanleren van het filosoferen zelf. Dit laatste doe je door simpelweg een filosofische vraag te stellen en hier samen over na te denken. Zo scherpt een leerling zijn/haar denken, ontwikkelen de aangeboren(?) logische vaardigheden zich en ontwaakt een palet aan waarden en overtuigingen waarin de leerling zelf gelooft.

Alleen zo kun je de leerling als autonoom denkend wezen in zijn kracht zetten. Weliswaar kan er op de academie ook wel een voorbeeld behandeld worden. 'Kijk, zo dacht Kant erover.' Maar wil je filosofen kweken, zélfdenkende schepsels klaarstomen voor de arbeidsmarkt, dan is hiervoor een veel directere route: zelf laten filosoferen. Net als met kinderen, scholieren. Ook studenten op de universiteit. En hier zou, náást uiteraard de behandeling van de filosofische literatuur-canon, veel meer nadruk op moeten liggen.

Daarbij is het met filosofische teksten zo dat je het pas echt begrijpt als je er zogenaamd klaar voor bent. Dit klinkt raar, maar ik hoor mensen vaak zeggen dat ze dezelfde filosoof in verschillende periodes van hun leven hebben gelezen en iedere keer weer iets anders uithalen en bovendien de indruk hebben dat ze een steeds dieper begrip krijgen. Zo kan iemand die geen moeder is zich waarschijnlijk niet precies indenken hoe het is om een moeder te zijn. Zo vallen de filosofische inzichten die filosofen in hun boekwerken uit de doeken doen pas in vruchtbare aarde als er voldoende wijsheid aanwezig is om dit inzicht ook op te roepen of aan te raken bij de lezer. Zo kan een student dus pas een Aha-erlebnis hebben als hij het op een bepaalde manier her-kent en daarmee dus op een dieper niveau begrijpt dan alleen tekstueel te weten wat er staat.
De vraag is of je dit soort Aha-erlebnissen bij 18-jarigen wel kunt oproepen. In het beste geval hebben de studenten deze continu, in het slechtste geval nooit. Ikzelf dacht na afloop van mijn studie, op mijn 23e, zo groen als gras: 'Zo, ik zou nu opnieuw filosofie moeten gaan studeren, misschien zou ik het nu beter snappen.'
Maar hoe creëer je die vruchtbare bodem voor die inzichten? Hoe maak je iemand filosofisch volwassener? Hoe voed je wijsheid? Hoe stoom je ze gaar voor Aha-erlebnissen?

Door ze heel veel dikke boeken te laten bestuderen? Of door ze gesprekken te laten voeren over de filosofische vraagstukken zelf?
Mijn voorkeur moge duidelijk zijn. Allebei. En vooral het tweede niet vergeten.

Sabine Wassenberg
www.wonderwhy.nl






Het verschil tussen discussiëren en filosoferen

Natuurlijk lijkt het op elkaar: discussiëren en filosoferen. Als we kinderen vragen wat ze denken dat filosoferen is, in de eerste les, dan komen ze er vaak mee. 'Iets van discussiëren over een onderwerp.' Zelfs als ze al een paar lessen gehad hebben dan is het vaak wat ze denken dat filosofie is: discussie over een thema, waarbij je verschillende meningen kunt hebben.
En ja, een groot deel van de les filosofie bestaat inderdaad uit de activiteit van het discussiëren. En ongetwijfeld, als men discussieert, komt er ook een beetje filosofie kijken in de hoofden van de discussievoerders. Maar wat is dan precies het verschil?

Bij filosofie, de activiteit van het filosoferen, ben je aan het nadenken over filosofische vragen. Niet over praktische vragen. Je kunt discussiëren over feiten, welles nietes, en je kunt discussiëren over wat je vanavond gaat eten, spruitjes of spinazie. Dit is geen filosofie.
Bij filosofie duik je in een filosofische vraag en hierdoor word je gedwongen om de betekenis van de begrippen die in de vraag staan te onderzoeken. 'Kunnen computers leren denken?' leidt tot een onderzoek naar wat we precies onder 'denken' verstaan. Als je het goed doet moet je ook met je gesprekpartners (of met jezelf) nagaan wat we precies onder computers verstaan (is een wekkerradio ook een computer?) en dus vanaf wanneer hun processen 'denken' zou noemen. Ook kun je ingaan op het woordje 'leren': wat bedoelen we daarmee? Is leren niet typisch iets voor levende wezens, organismen, of is geprogrammeerd worden ook een vorm van leren? En trouwens, worden ook levende wezens niet in feite 'geprogrammeerd'? Ook kun je nog vallen over het woordje 'kunnen'. Als je echt op elke slak zout wilt leggen, is de vraag namelijk: beantwoord je de vraag met 'ja' als er één computer het 'kan' of als álle computers het kunnen? En als de computer kapot is, wat is dan de status nog van 'kunnen'?

Zo zie je maar, je kunt doordraven. Maar dit zou wel een grondige analyse zijn van de filosofische vraag. Tijdens het beantwoorden van de vraag komt er discussie boven, als gespreksvorm, maar het typische van het filosoferen is dat de concepten bevraagd worden. De nadruk ligt dus op de vraag, op het onzekere, het onderzoeken (bij filosofie), en niet op de antwoorden die tegen elkaar opboksen (bij discussie).

Sabine Wassenberg
www.wonderwhy.nl

Verwerkingsopdracht bij les Dit ben ik...

Maak een zelfportret met alles wat bij jou hoort.
Teken je hele portret zelf... óf... in silhouet:



ETHISCHE KWESTIES

Ethiek: Kiezen tussen twee waarden


Uit welke waarden moet je kiezen en welke kies je en waarom?


 

Casus 1: Helpen 


Situatie: Je wint de 6 miljoen in de postcodeloterij. Je moeder werkt in Zimbabwe als arts en ziet dagelijks mensen doodgaan aan ziektes die goed te behandelen zijn maar waar geen geld voor is. Met dit geld kan ze een ziekenhuis bouwen en medicijnen kopen. Moet je dit geld aan je moeder geven om daar de mensen in Zimbabwe mee te redden?


Casus 2: Liegen


Je hebt geleerd: je mag niet liegen. Je zit thuis. Plotseling klopt er een man aan de deur. Hij draagt een snor en een pet. Hij vraagt of hij zich even achter je bank mag verstoppen want er zit iemand achter hem aan. Je helpt hem: het mag. Dan klopt er nog een man aan de deur. Hij vraagt of je een man hebt gezien die een snor en een pet draagt. Wat doe je?



Casus 3: Redden


Stel je bent op een meer. Een heel groot meer. Op dat meer zie je twee vlotten drijven. De ene helemaal links van je en de andere helemaal rechts. Nu is het zo dat ze allebei aan het zinken zijn. Op het ene vlot ligt je eigen kind. Die kun je redden, als je nu gaat zwemmen. Op het andere vlot liggen drie kinderen, van je buurvrouw. Die zou je ook kunnen redden, maar dan kan je niet meer naar je eigen kind. Je moet kiezen. Allebei de vlotten ga je niet halen. Alle kinderen kunnen niet zwemmen. Er is geen telefoon en er is niemand anders in de buurt. Wie red je?

--Nu liggen er ineens 10 kinderen op dat andere vlot. Wie red je nu?

--En nu liggen er 100. Wie red je nu?


Casus 4:  Kopen

Je wilt een nieuwe broek kopen. Een leuke broek kost maar 30 euro, alleen je hebt net op het nieuws gezien dat het bedrijf, het merk van die broek, hun kleren laten maken door middel van kinderarbeid in China. Oftewel: kleine kinderen van ongeveer 7 jaar zijn hier onder benarde omstandigheden aan het zwoegen voor deze broeken. De andere broek die je leuk vindt is van een ander merk en die kost 100 euro.


Casus 5: Een wet maken

Roken is niet goed voor je gezondheid. Jij bent minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Je bedenkt je dat al die rokers een risico lopen op ziektes. Daarom doe je een voorstel in de Tweede Kamer waarin roken en dus pakjes sigaretten in Nederland verboden worden. Toch zal niet iedereen het met je eens zijn in de Kamer, want sommige mensen roken zelf ook... Wat doe je?


© www.wonderwhy.nl




VRAGEN VOOR FILOSOFISCHE INTERVIEWS


Zijn dromen bedrog?

Bestaat de ware liefde?

Is iemand die in engelen gelooft gek?

Zitten gevoelens in je hart?

Zijn zwart en wit kleuren?

Kun je de tijd stilzetten?

Zal er ooit vrede op aarde zijn?

Waarom mogen kinderen van elf nog geen autorijden?

Moeten gewelddadige games verboden worden?

Heeft een komkommer gevoel?

Zijn kinderen egoïstischer dan volwassenen?

Zou je voor altijd willen leven?

Is er leven na de dood?

Ben je een moordenaar als je een bloem plukt?

Wat is geluk?

Wat is de zin van het leven?

Moeten sigaretten verboden worden?

FILOSOFEREN OVER DE NATUUR

Is de natuur belangrijk?                

Persoon 1: Ja, omdat....
Persoon 2: Nee, omdat.....

 

Als je moest kiezen: wat is belangrijker, het plantenrijk of het dierenrijk?                                    

Persoon 1: Plantenrijk, omdat....
Persoon 2: Dierenrijk, omdat..... 

 

Een leeuw eet ongeveer 10 zebra’s (3000-4000 kilo vlees) per jaar.    

Persoon 1: Ik vind dat slecht, omdat.....
Persoon 2: Ik vind dat goed, omdat.....


Een komkommer heeft ook gevoel.

Persoon 1: Ja, want....
Persoon 2: Nee, want....

 

Wie een bosbrand heeft aangestoken, is eigenlijk een moordenaar van bomen.

Persoon 1: Ja, want....
Persoon 2: Nee, want....

 

 

Discutabele stellingen over democratie (bovenbouw)

Kijk eerst dit Schooltv-filmpje over stemmen.



1.     Geestelijk gehandicapten mogen niet stemmen.
 
2.     Kinderen mogen stemmen vanaf hun 12e jaar.


3.     Misdadigers die in de gevangenis zijn (geweest) mogen nooit meer stemmen.

 
4.     Wetenschappers hebben dubbel stemrecht; mensen die hun middelbare school niet hebben afgemaakt hebben maar een half stemrecht.

5.     Je mag pas stemmen als je de verkiezingstest hebt gedaan (dat je alle partijen kent en hun programma’s)
 

6.      Dieren moeten vertegenwoordigd worden in de verkiezingen.

 

Drie Ethiek Casussen



Casus 1: Helpen


Situatie: Je wint de 6 miljoen in de postcodeloterij. Je moeder werkt in Zimbabwe als arts en ziet dagelijks mensen doodgaan aan ziektes die goed te behandelen zijn maar waar geen geld voor is. Met dit geld kan ze een ziekenhuis bouwen en medicijnen kopen.
Vraag: Moet je dit geld aan je moeder geven om daar de mensen in Zimbabwe mee te redden?
Persoon 1: Ja, want...
Persoon 2: Nee, want …






Casus 2: Ouders


Situatie: Je bent verliefd op een jongen / meisje. Smoorverliefd. Tot over je oren. En je bent al 16. Toch vinden je ouders het geen goed idee dat je met die jongen/dat meisje omgaat, want zij hebben diegene wel eens gezien tijdens een evenement van de middelbare school en ze weten dat hij/zij niet hetzelfde geloof heeft als jij en je ouders.

Vraag: Wat doe je?  
Persoon 1: Ik luister naar mijn ouders, want...
Persoon 2: Ik luister niet naar mijn ouders, want…


Casus 2b: 

Nu is het andersom: je bent helemaal niet smoorverliefd. Sterker nog: je hebt een beetje een hekel aan een bepaald meisje/bepaalde jongen. Maar je ouders willen heel graag dat je vrienden wordt met dat meisje/die jongen! Zij/hij heeft ook jouw geloof en zij willen eigenlijk dat je over een paar jaar met diegene gaat trouwen. 
Vraag: Wat doe je?
Persoon 1: Ik luister naar mijn ouders, want...
Persoon 2: Ik luister niet naar mijn ouders, want…







Casus 3: Een trein ongeluk


Situatie: Je bent een treinbestuurder. In de trein die je bestuurt zitten 25 mensen. Plotseling merk je dat de trein op hol is geslagen! Je kunt niet meer remmen. In de verte zie je vijf mensen werken op het spoor!
Wel kun je misschien nog afbuigen naar een nabij gelegen spoor aan de rechter kant; daar zie je één man werken. Elk persoon met wie de trein in contact komt, is onherroepelijk dood.

Vraag: wat is het goede om te doen?
Persoon 1: Ik doe niks en rijd door, want….
Persoon 2: Ik stuur naar rechts, want….

Casus 3b:

Zoals eerder, stormt er een treinwagon richting vijf mensen. Nu sta jijzelf op een brug waaronder de de wagon zal passeren en jij kan hem stoppen door iets zwaars op het spoor te laten vallen. Toevalligerwijze staat er een heel dikke man naast je – de enige manier om de wagon te stoppen is dan ook om deze man van de brug te duwen op het spoor waardoor hij sterft, maar er vijf levens gered zijn.

Vraag: Moet je dit doen?
Persoon 1: Ik duw de man, want …
Persoon 2: Ik doe niks, want ….


www.wonderwhy.nl

Les over de technologie van nu en de toekomst


       Is genetisch gemanipuleerd voedsel goed?
       Mogen dierproeven voor make-up-tests?
       Mogen dierproeven voor wetenschappelijke experimenten?
       Is economie belangrijker dan natuur/milieu?
       Is het erg als mensen de klimaatverandering hebben veroorzaakt door de CO2-uitstoot?
       Zijn chemische wapens toegestaan?
       Mag Google alles van ons weten?
       Moeten we onze privacy opofferen voor veiligheid?
       Is er een risico dat robots de wereld gaan besturen in de toekomst?
       Zou het erg zijn als mensen gekloond werden?
       Wat vind je van het genetisch manipuleren van mensen?

Werk in groepjes van 2-3. Eén persoon is de interviewer, die de vragen stelt. Bij ieder antwoord gaat de interviewer dóórvragen, hij/zij maakt het de andere zo moeilijk mogelijk en zorgt dat de ander diep moet nadenken. Ga zo lang mogelijk door, daarna ga je door met een volgende vraag.